Overleven

De Kerstmarkt staat er weer. Reuzenrad, schaatspiste, kraampjes, massa’s vrolijke mensen. Loop je verder richting Handelskaai, dan toont het parkje je een heel ander beeld van Brussel. Op vijftig meter van het feestgeruis: mensen die slapen op een stuk karton in de kou.
Op de hoek van mijn straat staan elke dag zo’n veertig mannen te wachten om naar bouwwerven gevoerd te worden waar ze voor luttele euro’s en zonder enige sociale bescherming zwaar werk verrichten. Aan de verkeerslichten een beetje verder: misvormde bedelaars en mensen die uit pure wanhoop flesjes parfum aan de automobilisten proberen te verpatsen. In de supermarkt zie ik een vrouw een sandwich stelen en meteen opeten. De politiestatistieken verrijken het Nederlands met een nieuw woord. Overlevingsdiefstal.
Het Rode Kruis voorspelt dat er deze winter 4.000 mensen in Brussel op straat zullen leven. En dat is enkel de zichtbare armoede. De cijfers spreken voor zich: één op vier kinderen in Brussel groeit op in armoede.
Op internetfora lees ik dat mensen steeds hardvochtiger worden. “Gooi ze buiten, de profiteurs”, en ander gescheld. Altijd makkelijk om tot dat standpunt te komen achter je computer in je goed verwarmde villa ergens ten velde.
Het Brusselse OCWM heeft onlangs een gebouw aangekocht om 400 daklozen extra op te vangen deze winter. Onmisbaar, maar ontoereikend. Brussel kampt met een hoge armoede en kan de toevloed van asielzoekers niet aan. Er is meer solidariteit nodig tussen de OCMW’s van de rijke zuidwestelijke en de arme noordoostelijke gemeentes. Nu sturen een aantal burgemeesters ‘hun’ asielzoekers al te vaak door naar de Stad Brussel. De opvang van asielzoekers is echter niet enkel de verantwoordelijkheid van de hoofdstad, maar van het ganse land. Er is dringend nood aan een federaal spreidingsplan. Vlaanderen en Wallonië moeten hun deel van de asielzoekers opvangen in plaats van op een winterse zondag in een wijde boog om ze heen te lopen. Laat ons hopen dat in de nieuwe federale regering hier snel werk van maakt.
Geplaatst in Bedenkingen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Groene stad, gezonde stad

De helft van de wereldbevolking woont in de stad en het aantal stadsbewoners zal in de toekomst toenemen tot bijna 70 procent in 2050. Het is dan ook niet verwonderlijk dat wetenschappelijk onderzoek steeds vaker focust op wat wonen in een stad met een mens doet. Dergelijke onderzoeken brengen zelden goed nieuws: de gemiddelde West-Europese stadsbewoner leeft korter en heeft anderhalf keer vaker hartfalen en astma dan iemand op het platteland. Ook met zijn geestelijke gezondheid is het pover gesteld: stadsmensen leiden vaker aan schizofrenie, psychoses, angststoornissen en stress.
Een belangrijke nuance wordt vaak niet gemaakt: wonen in de stad is op zich niet schadelijk voor je gezondheid, het gaat erom in wat voor stad je woont. Hoe gaat de stad om met groen, met openbare ruimte, met mobiliteit?
De universiteit van Amsterdam vergeleek de medische gegevens van 350.000 Nederlanders met de hoeveelheid groen in hun leefomgeving. Wat bleek? Van de 24 onderzochte ziektebeelden kwamen er 15 minder vaak voor in buurten met meer parken en bossen. Het onderzoek liet vooral bij geestelijke aandoeningen een aanwijsbaar verband zien. Hoe meer groen, hoe kleiner het risico om gevangene te worden van antidepressiva. Ander opvallend resultaat: als je het stedelijke groen in rekening brengt, verdwijnen de gezondheidsverschillen tussen stad en platteland.
Dat is niet verwonderlijk: parken en bossen geven de stadsmens de mogelijkheid om te joggen, te fietsen, te spelen en anderen te ontmoeten. Experimenten waarbij men aan stress lijdende mensen in contact bracht met de natuur, wijzen uit dat parken bloeddruk, stress en prikkelbaarheid verlagen, en afweer en concentratievermogen verbeteren.
Welke resultaten zouden een gelijkaardig onderzoek in Brussel opleveren? In vergelijking met andere grootsteden is het Brusselse Gewest heel groen (50 % van de oppervlakte). Maar het groen is erg ongelijk verdeeld. Veel groen in de bovenstad, weinig in de benedenstad. Vooral in de kanaalzone wonen de mensen dicht op elkaar, met amper groen als rustpunt in al die drukte.
Hoog tijd dat er werk gemaakt wordt van de aanleg van de lang beloofde parken bij Tour en Taxis en de Ninoofse poort. De plannen liggen al jaren klaar, maar de eerste boom moet nog geplant worden. De nood is hoog, maar het blijft wachten op de Brusselse variant van Park Spoor Noord (Antwerpen).
Ondanks al die onheilspellende berichten over wonen in de stad neemt de Brusselse bevolking toe. De voordelen blijken het dan toch te halen op de nadelen. Sta me toe een onderwerp te suggereren voor een nieuw onderzoek: ‘de effecten van meer dan twee uur file rijden per dag op de geestelijke gezondheid van plattelandsbewoners die elke dag naar hun werk pendelen in de stad’. Ik ben benieuwd.
Geplaatst in Bedenkingen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Brocante in de straat

Op 29 september 2011 organiseerden we met enkele bewoners een brocante/wijkfeest in de Diksmuidelaan. Het werd een zeer fijne dag (mede dankzij de stralende zon). Hieronder vind je foto’s van de brocante, genomen door buurvrouw en getalenteerde fotografe Ingrid Lemaire. Ik word telkens op slag vrolijk als ik naar deze foto’s kijk. Er is een serie portretten voor de blauwe deur van Majids winkel (foto’s van deelnemers met één van de voorwerpen die ze probeerden te verkopen), en een serie sfeerbeelden van de dag.
Je vindt de foto’s op de facebookgroep van onze straat of op volgende website http://diksmuidebrocantedixmude.shutterfly.com/3

Geplaatst in Inspiratie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Flaneerdreef

De centrale lanen. Als je niet beter zou weten, dan denk je bij ‘lanen’ aan ‘flaneren’, aan groen, bankjes en ijskramen.
Barcelona heeft zijn ramblas, maar eigenlijk had Brussel vroeger ook verschillende majestueuze lanen waar de burgers kwamen om te ‘wandelen’, maar vooral om te kijken en gezien te worden. Denk maar aan de Groendreef of de Louisalaan voor de opkomst van de auto in de jaren ’50.
Vandaag mist de stad zo’n flaneerdreef. Nochtans is er een plek die smeekt om een totale make-over: de centrale lanen. Bral (Brusselse Raad voor Leefmilieu) lanceerde onlangs enkele simulaties van hoe deze lanen eruit zouden kunnen zien: als een groene, autoloze oase met veel planten en bomen. De ideale Brusselse promenade.
De Anspachlaan is een muur van auto’s die de vijfhoek in twee deelt.  Zeg nu zelf: een brede autosnelweg in het historisch hart van de stad, dat is toch niet meer van deze tijd?  De heraanleg van de centrale lanen laat al veel te lang op zich wachten. Laten we voluit kiezen voor een vernieuwing die past bij de stad van de toekomst: groene ruimtes, brede voet‐ en fietspaden, autoluwe zones.
Een eerste stap is het autovrij maken van het Beursplein en de omliggende straten. De activiteiten aan het Beursplein lijden onder het autoverkeer: het Beursgebouw staat momenteel leeg, winkels en banken trekken weg, terrasjes worden gestoord door de stadssnelweg die erlangs loopt. Ook de link tussen de historische wijk en de bruisende Dansaert en Sint‐Katelijnewijk is hierdoor zoek.
Een tweede stap is het radicaal vergroenen van de centrale lanen. Dat zal terrasjes, winkels, hotels en cafés aantrekken, waardoor de Anspachlaan een nationale en internationale aantrekkingspool kan worden. Boven de commerciële ruimtes zal het bovendien veel aangenamer wonen zijn.
De Brusselaars zijn trotse mensen. Ze verdienen een flaneerdreef om te kijken en gezien te worden.
 
Geplaatst in Bedenkingen | Tags: , | Een reactie plaatsen
Het is even schrikken: de Grote Markt die helemaal vol geparkeerd staat met auto’s. Vandaag lijkt het ondenkbaar, maar vroeger was dit een alledaags beeld. Ik moest aan deze foto denken toen ik enkele handelaars van de Vismarkt hoorde klagen dat ze door de heraanlag van het plein klanten vrezen te verliezen. Die heraanleg was broodnodig: de voetpaden waren super smal en in zeer slechte staat, het wegdek een mijnenveld van losse kasseien. Eén grote ellende voor voetgangers en fietsers. En nu er eindelijk beterschap op komst is, zeurt men. Want er zullen enkele parkeerplaatsen verdwijnen.
Het is moeilijk te begrijpen dat sommige handelaars blijven geloven dat minder parkeerplaatsen automatisch minder klanten betekent. Het volstaat even te gaan luisteren bij de collega’s op de Oude Graanmarkt of de Grote Markt (allebei autovrij) om te weten dat hun restaurants en cafés floreren als nooit te voren.
De Vismarkt wordt niet autovrij, alleen ietsje minder autovriendelijk. Aan overdekte parkeertorens in de buurt is geen gebrek. Er blijft meer dan voldoende leveringszone beschikbaar. Bij mooi weer zullen de restaurants terrassen kunnen zetten. De klanten zullen zonder risico op een voetverstuiking tot aan hun zaak kunnen wandelen. Fietsers en voetgangers zullen niet langer een grote bocht rond de Vismarkt maken, maar blijven hangen bij de vele cafés en restaurants. Er wachten hen gouden tijden!
Het autovrij maken van de Grote Markt stuitte destijds op verzet. Vandaag is het een evidentie en een commercieel succes. Einstein wist het al: “Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom”.
Posted on by | Een reactie plaatsen

Mijn fiets, mijn vrijheid

Ik ben hip. Ik fiets. Naar het werk, naar de winkel, naar café. En fietsen in Brussel is hipper dan ooit. Zo las ik in de krant dat het aantal fietsers in één jaar tijd met de helft is gestegen. Ook het merendeel van mijn vrienden heeft geen auto. Nergens voor nodig. Alleen maar tijd- en geldverspilling. Als je in de stad leeft, werkt een auto vaak verlammend. Je bent mobieler met de fiets. Ik beken, mijn lofzang op de fiets is niet volledig onschuldig. Ik rij namelijk niet graag met de auto. Nooit zit ik eens ontspannen achter het stuur. Het besef dat ik bij de minste onoplettendheid een kind van de baan kan graaien, verlamt me. En ook parkeren zorgt steeds voor de nodige stress. De ganse cultus rond auto’s gaat trouwens volledig aan me voorbij. Auto’s onderscheid ik louter en alleen op basis van hun kleur. Geen reden tot extase dus bij het aanschouwen van de nieuwste modellen. Maar mijn passie voor de fiets wordt niet alleen gevoed door mijn wantrouwen jegens auto’s.
Fietsen in Brussel geeft me namelijk een gevoel van absolute vrijheid. Kunnen gaan en staan waar je wil. De stad ligt aan je voeten. Op een warme zomeravond van Elsene naar het centrum zoeven, langs het Muziekinstrumentenmuseum, een beetje roekeloos, veel te snel, wind onder je rok. ’s Nachts na een vermoeiende klim met wijn in het bloed langs het fel verlichte paleis rijden, in het midden van de brede, lege boulevard, koning(in) te rijk.
Fietsen in Brussel vraagt natuurlijk wel enige fysieke inspanning. Brussel is geen vlakke stad. En zo hoort het. Je kan toch moeilijk van de hoofdstad van België verwachten dat het makkelijk te doorgronden terrein is. Om Brussel met de fiets te ontdekken moet je zweten en zwoegen. Afgewisseld met puur plezier tijdens de afdalingen. Je trapt achteloos van lelijk naar mooi, van chaos naar charmant en beseft hoe de meest uiteenlopende wijken geruisloos in elkaar overvloeien. Het hoekje om, een andere wereld in.
Het gros van het autoverkeer in Brussel wordt niet veroorzaakt door pendelaars, maar door de Brusselaars zelf. Mensen die voor de kleinste verplaatsing naar de auto grijpen, ik vat ze gewoon niet. Met de fiets ben je vaak gewoon veel sneller op je bestemming, het kost je geen cent, het is beter voor het milieu en het zorgt voor een strakkere kont.
Fietsen blijft natuurlijk een beetje gevaarlijk. Vooral voor mensen die te ijdel zijn om een helm en een fluorescerend vestje te dragen, zoals ikzelf. Bovendien blijf je, hoe voorzichtig je ook bent, voor een deel afhankelijk van de oplettendheid van de automobilisten. En die moeten nog wennen aan het groeiend aantal fietsers op de Brusselse wegen. Maar de tijden keren. Amsterdamse taferelen zijn nog veraf, maar de fietsers eisen steeds meer de plaats op in de stad die ze verdienen.
Koning auto moet onttroond worden. Brussel heeft nood aan zuurstof, aan meer fietspaden, aan autovrije zone’s. Vandaag dringen de auto’s zich een weg tot aan de Grote markt, dwars door de toeristenmasse heen. Ze moeten echter uit het centrum geweerd worden, de fiets en het openbaar vervoer vormen een waardig alternatief. Het gaat niet om automobilisten pesten: natuurlijk is het soms noodzakelijk en handig om de auto te gebruiken. Maar niet altijd, niet overal. De auto is geen levenswijze, het is een verplaatsingsmiddel als een ander. En als het net op dat vlak in gebreke blijft (je snel van punt a naar b brengen), dan is het aangewezen om uit en over te stappen naar fiets, bus, tram. Uw portemonnee, de Brusselse lucht en uw billen zullen u dankbaar zijn.
Geplaatst in Oudere teksten | Tags: , | Een reactie plaatsen

Bitch of Bimbo?

Op een ochtend strompelde ik, geeuwend, de trap van mijn werk op. Een vrouw van een jaar of 50 sprak me aan. Ze organiseerde samen met enkele “gezelinnen” een reeks culturele activiteiten rond “vrouw zijn”, die o.a. plaatsvonden in het theater onder mijn bureau. Of ik wel kan lopen op die hoge hakken? En of ik het niet erg vond me als een objet sexuel te gedragen? Daar sta je dan, onvoorbereid, nog slaapdronken. “Maar ik ben een objet sexuel, mevrouw. Ik hoop het toch, soms…” En weg was ik. De ochtendnevel in mijn hoofd klaarde terstond op.
Vandaag is het bon ton geworden voor jonge vrouwen om openlijk afstand te nemen van het feminisme. Het is een vies woord geworden, oubollig, stinkend naar verbrande BH’s, hysterisch. Ik out me echter graag als feministe. Uit respect voor al die vrouwen die er gisteren voor gestreden hebben dat wij vandaag vrij zijn te doen en te laten wat we willen. Dat we baas zijn over ons lijf, onze buik en onze gedachten. We kijken graag met medelijden neer op die arme, onderdrukte moslimvrouwen. Maar vergeten dat onze gelijke rechten en onze vrijheden niet vanzelfsprekend zijn, dat we ze nog maar pas verworven hebben. In België mogen vrouwen sinds 1949 stemmen. Enkele decennia geleden dus. Verwaarloosbaar in de loop van de geschiedenis.
Feministen uit de 21ste eeuw mogen zich echter niet van doelwit vergissen. Dezelfde rechten als een man eis ik, maar zijn garderobe en testosteron mag hij houden. Ik wil op hoge hakken door de stad kunnen dwalen (en vallen over de Brusselse kasseien). Ik wil verleiden. De dag dat ik niet meer nagefloten wordt, zal ik diepongelukkig zijn. Het kan me niet schelen dat vrouwen als een seksueel actief wezen (zowel object als verleidster) worden opgevoerd in reclamefilmpjes. Je ziet er trouwens ook steeds meer lekkere mannenlijven in opduiken. Ik erger me dan weer wel aan de stereotype man-vrouw taakverdeling die je nog steeds in die filmpjes terugvindt. Vrouwen die kakelen over de deugden van hun waspoeder. Moeders achter het fornuis die lyrisch uitweiden over boter.
Op 14 oktober verscheen er in De Morgen een stukje over een peiling die Vacature had uitgevoerd over de man-vrouw verhoudingen op de werkvloer: 15 % van de hoog opgeleide mannen vindt dat vrouwen voor gelijk werk niet hetzelfde loon mogen verdienen. Ik weet dat in de praktijk vrouwen niet altijd even veel verdienen als mannen, maar ik had nooit durven denken dat het principe “gelijk loon voor gelijk werk” vandaag nog openlijk ter discussie zou staan. Er is dus wel degelijk nog werk aan de winkel. Leidinggevende functies zijn meestal in handen van mannen. Vrouwen stoten nog al te makkelijk op het “glazen plafond”. Niet omdat ze niet over de nodige kwaliteiten beschikken om door te groeien, maar omdat ze hun werk moeten combineren met een gezin, omdat veel mannen nog steeds vinden dat vrouwen vooral mooi moeten zijn en voor de rest hun mond moeten houden….
Let wel, ik voel geen alles overweldigende zusterband. Met vrouwen die zich gewillig laten opsluiten in een villa om “uitgekozen” te worden door een miljonair, heb ik hoegenaamd niets gemeen. Een belediging voor vrouwen, vind ik zulke televisieprogramma’s. Maar het is natuurlijk wel hun eigen keuze. Dat is en moet de grootse verdienste van het feminisme zijn: dat vrouwen vrijuit keuzes kunnen maken en dat onze samenleving de mogelijkheden biedt om die keuzes ten volle te kunnen verwezenlijken. Dat ze zelf kunnen beslissen of ze huisvrouw of carrièrewoman worden. Bitch of bimbo. Troela of non. Vrijuit keuzes kunnen maken blijft vandaag voor veel vrouwen een utopie, ook in België. Sociale druk, gebrek aan opleiding, godsdienstig geïnspireerde geboden en tal van andere factoren zorgen ervoor dat vrouwen niet zelf kunnen beslissen welk leven ze willen leiden.
Zelf heb ik alle kansen gekregen die ik me kon wensen en nog nooit enig betekenisvol nadeel ondervonden van mijn “vrouw zijn”. En juist daarom wil ik “feministe” zijn. Uit solidariteit. Omdat elke vrouw over dezelfde mogelijkheden zou beschikken als ik, over de vrijheid zelf keuzes te maken en zich soms te mogen vergissen…
Geplaatst in Oudere teksten | Tags: | Een reactie plaatsen